Brief aan mijn vader
Lieve papa,
Als je eens wist, dat ik kortgeleden de vrouw heb ontmoet, die bij jou was, toen je stierf. Zij was zo jong toen, een kind. Liep met twee klasgenoten door het park. Haar vriendin riep nog naar jou: Is het ijs al sterk genoeg?!’ Zelf zei ze daarna: Dit gaat mis, dit kan niet goed gaan.
Zij zag het gebeuren. Ze zag je vallen en onder gaan. Een kind. Als je dat eens wist.

Zij is bij jou gebleven. Terwijl haar vriend een surfplank uit een tuin haalde en het ijs op wilde. Ze waren getrainde reddingzwemmers. Nota bene! Maar amper 17 jaar oud. Het dringende advies ‘ga nooit zwak ijs op, dat overleef je allebei niet’, gonsde door haar oren. Smeekte haar vriend niet te gaan. Bleef ondertussen tegen jou praten. Vertelde dat de nooddiensten onderweg waren. Keer op keer. Hier! Hoor je de sirenes? Hou vol!
Als je eens wist, dat de brandweer zich vastreed op de paaltjes aan het begin van het park. Keer op keer. Ze konden geen toegang vinden voor de wagen. Ondertussen lag de surfplank op het ijs, maar de afstand was te groot. Het meisje bleef je aankijken en toespreken. Ik ga dood, zei je tegen haar. Je smeekte om hulp. Die was onderweg maar kwam te laat. Je zakte onder het ijs. Niet na die paar minuten waarmee de artsen ons later gerust probeerden te stellen. Maar na een vijftien minuten durende doodsstrijd.
Duikers gingen het water in. Moesten in het donker hun zoektocht staken. Een tent werd opgezet. De hele nacht waakten agenten bij het wak. Terwijl wij op tweehonderd meter afstand in bed lagen vol slaapmedicatie.
Een dag later. De politie kwam vertellen dat je lichaam was gevonden. Godzijdank. Je droeg je ski-jack. Met het woord ‘Icebreaker’ op de rug. Spijker om uit het ijs te klimmen in je samengebalde vuist. Het horloge van je vader stond stil op half vijf.
En het meisje? Zij bleef achter. Werd teruggebracht door de politie. Slachtofferhulp werd afgeslagen door de ouders van haar vriendinnetje. Later kreeg ze via haar eigen ouders wel nog hulp. Jouw ogen zal ze nooit vergeten.
Lieve papa, weet je, dat ik van plan was te schrijven over jouw leven? En hoe ik met jouw dood ben omgegaan in het mijne? Ik ben nu wandelcoach voor mensen die in de rouw zijn. En wil een stevig voorbeeld zijn. Iemand die verlies doorleefd heeft. En dat heb ik, echt.
Toen kwam dit verhaal eruit. Een verhaal dat blijkbaar toch nog soms verteld wil worden. Hoe lang het ook geleden is. Jouw onverwachte vertrek uit ons leven heeft diepe sporen achtergelaten en, natuurlijk, zijn er daarna ook nieuwe paden aangelegd. Die leiden tot waar we nu staan. Ik bijna 50, jij nooit 86 geworden, zo oud zou je nu kunnen zijn.
Jouw klok stond stil op 10 januari, half vijf. Voor altijd 60.





Recente reacties